woensdag 22 februari 2012

De vrolijke jaren zestig: 28 jan 1962


Stradivarius

Echt zondags nieuws op de radio, deze zondag de 28e januari. Ons wordt om 9.00 uur bericht dat in Washington na 100 jaar de tram zijn laatste rit heeft gemaakt. En daar wordt nog wat cijfermateriaal bijgeleverd. In 1861 was de trammaatschappij 300.000 gulden kwijt aan paardevoer, in 1961 bedroeg de elektriciteitsrekening 4 miljoen gulden. Ik wil wel ‘oh’ en ‘ah’ roepen, maar deze cijfers zeggen me helemaal niets. Concreter zijn de cijfers in het nieuws van 13.00 uur. “In een verlaten huis in Pembroke, Wales, zijn 116 violen gevonden, waarvan vier waarschijnlijk gemaakt door Antionius Stradivarius. De overleden bewoner had de buren wel eens verteld dat hij een collectie violen bezat, maar zij beschouwden hem als een zonderling en schonken geen geloof aan zijn woorden.”
Dit doet mij denken aan een jaar geleden toen ik met mijn viooltje (een kwartviool) in een oud vioolkoffertje naar het sjieke hotel The Dylan ben gefietst. Daar hield een Engelse taxateur van een beroemd veilinghuis zitting, om -gratis- violen te taxeren. In mijn viool, in 1965 aangekocht op het Waterlooplein voor 12 gulden vijftig cent, zit namelijk aan binnenzijde op het onderblad een etiket geplakt. En ja hoor, met de juiste belichting is net leesbaar: “Antonius Stradiuarius Cremonensis faciebat anno 17 ”. Dit geheim heb ik 45 jaar bij me gedragen, maar nu wilde ik het weten. “Germany, early twentieth century. Nice little instrument for children. To practice. Value, no particular value.” Klare taal, in elk geval.

vleugels|bakstenen

Reageer

Reacties